Blog

Onze experts schrijven elke week nieuwe artikelen over de WIV

Toetsings­commissie inzet bevoegd­heden

2 februari 2018 -

De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) is nieuw. De TIB heeft de taak om de inzet te toetsen van de meeste bijzondere bevoegdheden. Dit zijn:

  • observeren
  • het inzetten van agenten
  • doorzoekingen
  • DNA-onderzoek
  • openen van brieven
  • hacken
  • onderzoek van communicatie (gericht aftappen),
  • onderzoeksopdrachtgerichte onderzoek (sleepnet)
  • ontsleuteling
  • en het betreden van plaatsen.

Deze toetsing gebeurt nadat de minister de inzet heeft goedgekeurd, maar voordat de bevoegdheid wordt uitgevoerd.

De TIB bestaat uit 3 mensen waarvan 2 ervaren rechters, maar is geen rechtbank. Er is een secretariaat om de TIB te ondersteunen. Een belangrijk verschil is dat de TIB grotendeels in het geheim werkt en dus niet te controleren is door naar de zittingen toe te gaan. De enige vorm van controle op de TIB is het openbare jaarverslag dat de commissie moet maken (artikel 132).

Een belangrijk kritiekpunt op de TIB van onder andere de Raad van State is dat de TIB alleen betrokken is voorafgaand aan de inzet van bevoegdheden en daardoor niet of nauwelijks zal merken of de inzet van bevoegdheden ook achteraf gezien proportioneel, subsidiair, noodzakelijk en correct toegepast was. De TIB mist het inzicht en overzicht van het daadwerkelijk handelen van de inlichtingendiensten en loopt daardoor volgens de Raad van State het risico een soort “stempelmachine” te worden die niet naar de inhoud, maar alleen naar de juridische formaliteiten kijkt.

Volgens de (oude) WIV 2002 is er helemaal geen onafhankelijke toetsing vooraf. De invoering van de TIB is daarom in potentie een verbetering, maar creëert ook het risico dat de minister minder zorgvuldig zal worden bij het proces van goedkeuring, omdat mogelijk vanuit zou kunnen worden gegaan dat de TIB eventuele onzorgvuldigheden onderschept, terwijl de TIB juist zou kunnen gaan denken dat de minister de inhoudelijke beoordeling uitvoert. Het resultaat zou dus kunnen zijn dat ze het geen van beiden doen.

Voor de invoering van de TIB pleit dat het EHRM in tal van uitspraken de voorkeur uitspreekt voor voorafgaande onafhankelijke toetsing bij de inzet van bevoegdheden door inlichtingendiensten. Enkel een formele toets is echter niet voldoende. De toets moet binnen het systeem als geheel ook serieus genomen worden. De opstellers van de wet hebben daar het volste vertrouwen in, de Raad van State acht dat zeer onwaarschijnlijk. Of de opstellers van de wet of de Raad van State in de praktijk gelijk gaat krijgen op dit punt is moeilijk te voorspellen.

Op dit moment is nog niet duidelijk hoe de TIB in de praktijk zal gaan werken. Dat hangt waarschijnlijk sterk af van hoe de eerste leden van de TIB er vorm aan zullen geven.