Blog

Onze experts schrijven elke week nieuwe artikelen over de WIV

Meest relevante rechterlijke uitspraken voor de AIVD en MIVD

7 maart 2018 -

Hieronder staan de samenvattingen van de voor de AIVD en MIVD meest relevante rechterlijke uitspraken. De tekst benadert de letterlijke tekst van citaten uit de doorgaans engelstalige uitspraken zo nauwkeurig mogelijk. Er zijn ook andere relevante uitspraken, maar deze selectie geeft een stevige basis voor het debat over de WIV 2017.

EHRM 6 september 1978, Klass e.a. t. Duitsland

Gewone burgers starten een proefproces starten tegen een nieuwe wet. De nieuwe wet staat de overheid toe middelen in te zetten zonder de betrokken personen daarover in te lichten. Tevens ontbreekt de mogelijkheid om de inzet van die middelen te laten toetsen door de rechter. 1

Telefoongesprekken vallen onder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het briefgeheim dat hieronder valt. Alle onderzoeksmiddelen leiden, indien zij worden toegepast tot een inbreuk op het recht op de persoonlijke levenssfeer door een overheid. Het enkele bestaan van de middelen vormt, voor iedereen waarop ze kunnen worden toegepast, een dreiging van onderzoek. 2

Ook in 1978 wordt er al gesproken over de dreiging van zeer verfijnde spionage en van terrorisme en over de opkomst van terrorisme. Dit zijn duidelijk een angsten van alle tijden. 3

Het EHRM is zich bewust van het gevaar dat dit soort wetten de democratie ondermijnen of zelfs vernietigen, in een poging om de democratie te beschermen. Staten mogen niet alle middelen die zij geschikt achten inzetten. 4

Aangezien het voor individuen onmogelijk is om de middelen te laten toetsen is het essentieel dat de procedures zelf adequate en gelijkwaardige waarborgen bieden voor de rechten van betrokkenen. 5

Wanneer misbruik zo makkelijk is in individuele gevallen en zulke schadelijke consequenties heeft voor de democratie in het algemeen, dan is het in beginsel wenselijk om toezicht bij een rechter neer te leggen. Het ontbreken van juridische controle overschrijdt niet noodzakelijkerwijs de grenzen van wat noodzakelijk is in een democratische samenleving. 6

Kennisgeving aan elke betrokkenen kan goed het langetermijndoel van het onderzoek in gevaar brengen. Kennisgeving kan mogelijk de werkmethodes en de identiteit van agenten van de inlichtingendiensten onthullen. Het niet informeren van de betrokkene nadat het onderzoek is geëindigd is niet op voorhand in strijd met het EVRM, aangezien juist het geheimhouden de effectiviteit van het middel waarborgt. 7

Artikel 13 EVRM garandeert een “effectieve rechtsmiddel bij een nationale autoriteit, voor iedereen die denkt dat er inbreuk is gemaakt op zijn rechten 8

Deze nationale autoriteit hoeft niet altijd een rechter te zijn. Desondanks zijn de bevoegdheden die deze autoriteit heeft en de procedurele garanties die deze biedt relevant bij de bepaling of het “rechtsmiddel” effectief is. 9

EHRM 25 maart 1983, Silver e.a. t. Verenigd Koninkrijk

7 gedetineerden klagen dat de controle van hun post door de gevangenisautoriteiten een inbreuk is op hun briefgeheim en vrijheid van meningsuiting. 10

Een norm kan niet worden gezien als “bij wet voorzien” tenzij hij duidelijk genoeg is vastgelegd, zodat een burger zijn gedrag hierop kan aanpassen. Hij moet (binnen redelijkheid) de gevolgen van een bepaalde actie kunnen voorzien. 11

EHRM 2 augustus 1984, Malone t. Verenigd Koninkrijk

Meneer Malone is een antiekhandelaar die vermoedt dat hij getapt wordt. Hij was namelijk verdachte van heling, waarvan hij werd vrijgesproken. Uit het strafdossier blijkt namelijk dat zijn telefoon eerder getapt werd en zij brieven lijken ook na zijn vrijspraak nog altijd bij de post geopend te worden.

Telefoongesprekken vallen onder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer 12 Er moeten dus waarborgen in de wet verankert te zijn tegen willekeurige inbreuken door de overheid en die waarborgen moeten voldoende duidelijk zijn geformuleerd. Want geheim onderzoek kan tot zeer gevaarlijke inbreuken leiden. 13

De wet zelf – en dus niet de bijbehorende procedure – moet de omstandigheden wanneer en waarom de overheid een inbreuk mag maken op beschermde rechten vastleggen. Daarbij moed de omvang van de bevoegdheid en de manier van uitvoering voldoende duidelijk in de wet worden vastgelegd. 14 Het EHRM moet vaststellen of de wet de essentiële elementen van de overheidsbevoegdheden op dit vlak voldoende duidelijk vastlegt. 15 Al in de vroege jaren ‘80 acht het EHRM Metadata privacygevoelig. Het gebruik van belgegevens in het bijzonder de gebelde nummers die een integraal onderdeel vormen van telefooncommunicatie vormt een inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. 16

EHRM 26 maart 1987, Leander t. Zweden

Op 20 augustus 1979 start meneer Leander zijn nieuwe baan als timmerman bij de onderhoudsdienst het scheepsvaartmuseum in Karlskrona. Dat museum is gevestigd naast een marinebasis. Die marinebasis is een militaire veiligheidszone. 17 Leander was lid geweest van de Zweedse communistische partij en abonnee van het activistische tijdschrift Fib/Kulturfront. 8 jaar eerder was hij tijdens zijn militaire diens actief bij de militaire vakbond. 18

De wet zelf moet de omvang van geheime bevoegdheden, die niet beoordeeld kunnen worden door de betrokkenen zelf, duidelijk genoeg vastleggen. De bijbehorende bestuurlijke werkwijze is daar onvoldoende voor. 19

Gezien het risico dat een systeem van geheim onderzoek, ter bescherming van de nationale veiligheid, vormt voor het ondermijnen of zelfs vernietigen van de democratie in een poging om de democratie te beschermen, moet het EHRM tevreden zijn dat er adequate en effectieve waarborgen zijn tegen misbruik. 20

In de context van deze moeten de justitie ombudsman en de parlementaire ombudsman onafhankelijk van de regering worden geacht. 21 De grootste zwakte in dit toezicht is dat geen van beiden te bevoegdheid heet bindende uitspraken te doen. 22

Een rechtsmiddel hoeft niet altijd een rechter in de nauwe betekenis te zijn. De bevoegdheden en processuele waarborgen die de instantie heeft zijn relevant bij de beoordeling of het rechtsmiddel effectief is. 23

Een effectief rechtsmiddel moet zo effectief zijn als mogelijk binnen de beperkte mogelijkheden, verbonden aan elk systeem van geheim onderzoek te bescherming van nationale veiligheid. 24

EHRM 26 March 1996 Doorson t. Nederland

Een aantal anonieme drugsverslaafden verklaart bij de politie dat zij de foto van meneer Doorson herkennen als hun drugsdealer. 25

Een veroordeling kan niet enkel, of in een doorslaggevende mate gebaseerd zijn op anonieme verklaringen. 26

EHRM 23 April 1997 Van Mechelen and Others t. Nederland

Nadat de politie informatie ontving dat van Mechelen en anderen meerdere berovingen hadden gepleegd werd er besloten dat hun woonwagenparken door een politieteam te observeren. 27 Het postkantoor van Oirschot wordt tijdens de observatie beroofd. Er volgt een achtervolging waarbij uiteindelijk met een machinepistool op de politie geschoten wordt. 28

In beginsel moet bewijs worden getoond tijdens een openbare zitting, in aanwezigheid van de verdachte met de mogelijkheid tot verdediging. 29 Een veroordeling kan niet enkel, of in een doorslaggevende mate gebaseerd zijn op anonieme verklaringen. 30 Politieagenten hebben een algemene taak de uitvoerende organen van de staat te gehoorzamen en hebben doorgaans contacten met het openbaar ministerie. Vanwege deze redenen kan er uitsluitend in uitzonderlijke omstandigheden gebruik gemaakt worden van hen als anonieme getuigen. 31 Onder voorwaarde dat de rechten van de verdediging gerespecteerd worden kan het gerechtvaardigd zijn voor de politie om de anonimiteit van een agent, die ingezet is bij undercover activiteiten, te behouden. 32

EHRM 25 juni 1997, Halford t Verenigd Koninkrijk

In mei 1983 wordt mevrouw Halford gepromoveerd tot commissaris bij de politie. Zij is hierdoor de vrouw met de hoogste rang binnen de politie in het Verenigd Koninkrijk. 33 Acht keer solliciteert mevrouw Halford tevergeefs voor een functie als hoofdcommissaris. Voor deze functie is toestemming van binnenlandse zaken vereist. Die wordt steeds onthouden, vanwege haar inzet voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. 34 Zij stelt dat telefoongesprekken die zij voerde vanuit haar huis en haar werk werden getapt, om zo informatie te krijgen die tegen haar gebruikt kan worden in anti-discriminatie procedures. 35

In het kader van geheim onderzoek of interceptie van communicatie door overheidsinstandties moet de wet enige bescherming bieden aan het individu tegen willekeurige inbreuken. Dit vanwege het gebrek aan publieke controle en het risico van misbruik van bevoegdheden. De wet moet voldoende duidelijk zijn om burgers een adequate indicatie geven van de omstandigheden waarin en de voorwaarden op basis waarvan overheden bevoegd zijn om enige van die bevoegdheden toe te passen.36

EHRM 25 maart 1998 Kopp t. Zwitserland

Meneer Hauser, advocaat bij het kantoor Kopp & Partners, wordt gevraagd de rechtsgeldigheid van een rechtsbijstandsverzoek, over een belastingzaak van de VS aan Zwitserland te controleren.37 In een andere zaak bericht de media, in november 1988 dat het bedrijf Shakarchi Trading A.G. en Meneer Kopp, beschuldigd worden van witwassen. 38

Op verzoek van zijn vrouw is meneer Hauser afgetreden als vice voorzitter van het bestuur in oktober 1988. Zijn vrouw werd vervolgens verdacht van het onthullen van vertouwelijke informatie verkregen uit hoofde van een overheidsfunctie. 39

De maatregel moet een basis in de wet hebben. Dat verwijst ook naar de kwaliteit van de wet. Die moet toegankelijk zijn voor voor de betrokkenen, die ook de gevolgen voor hen moeten kunnen voorzien. De maatregelen moeten ook in overeenstemming zijn met de wet. 40 Het is onmisbaar om heldere gedetailleerde regels te hebben, zeker aangezien de beschikbare technologie steeds geavanceerder wordt. 41

Het is onbestaanbaar dat de beoordeling wordt overgelaten aan een ambtenaar, een lid van de uitvoerende macht, zonder toezicht van een onafhankelijke rechter. 42

EHRM 16 februari 2000 Amann t. Zwitserland

Op 12 oktober 1981 belt een vrouw meneer Amann, een handelaar in consumentenelektronica, op om een “Perma Tweez” epileerapparaat te bestellen. De vrouw belt vanuit de Russische ambassade. 43 De openbaar aanklager verzoekt de inlichtingendienst om een onderzoek te verrichten naar meneer Amann. 44

“In overeenstemming met de wet” vereist niet alleen dat de maatregel enige basis heeft in de wet, maar ziet ook op de kwaliteit van die wet. Die moet toegankelijk zijn voor betrokkenen en de gevolgen ervan moeten voorzienbaar zijn. 45

Een regel is voorzienbaar indien hij duidelijk genoeg is om een individu in staat te stellen – mogelijk met toepasselijk advies – zijn gedrag erop aan te passen. Het is noodzakelijk om duidelijke gedetailleerde regels te hebben op het gebied van inlichtingen. Zeker aangezien de beschikbare technologie hiervoor voortdurend verfijnder wordt. 46

De [ontoereikende] wet bevat geen indicatie van welke mensen door zulke maatregelen geraakt worden, onder welke voorwaarden ze mogen worden toegepast, op welke manier ze worden uitgevoerd, of de procedures die gevolgd moeten worden. De regel kan daarom niet voldoende duidelijk en gedetailleerd gevonden worden. 47

De inbreuk kan dus niet in overeenstemming met de wet geacht worden, aangezien de Zwitserse wet de omvang en de voorwaarden voor uitoefening van de bevoegdheden onvoldoende duidelijk aangeeft. 48

Het bewaren van informatie over iemands privéleven door de overheid vormt een inbreuk op het recht op privacy, ongeacht of de bewaarde informatie later wordt gebruikt. 49

Betrokken personen konden enkel hun gegevens becommentariëren als zij de inhoud betwisten. 50

Indien ontdekt werd dat er geen misdrijf werd voorbereid vernietigde de overheid de bewaarde informatie niet. Daarom was het bewaren van de gegeven van meneer Amann niet in overeenstemming met de wet. 51

EHRM 4 mei 2000, Rotaru t. Roemenië

Meneer Rotaru is geboren in 1921 en werkt als advocaat. 52 Tussen 1946 en 1949 werd hij vervolgd op politieke gronden. 53 Hij is een procedure gestart tegen de RIS (inlichtingendienst), waarin hij stelt dat de informatie die de RIS in haar brief van 19 december 1990 heeft verstrekt, onjuist en lasterlijk is. 54

Iemand kan, onder bepaalde voorwaarden, stellen het slachtoffer te zijn van een inbreuk op zijn recht op privacy, enkel vanwege het bestaan van geheime middelen, of wetgeving die geheime middelen toestaat. 55

Openbare informatie kan beschermd worden door het recht op privacy as het systematisch wordt verzameld en bewaard wordt in overheidsbestanden. 56

Bevoegdheden tot geheim onderzoek naar burgers zijn volgens het EVRM ankel toegestaan voor zover zij strikt noodzakelijk zijn om de democratische instituties te beschermen. 57

“In overeenstemming met de wet” vereist niet alleen dat de maatregel enige basis heeft in de wet, maar ziet ook op de kwaliteit van die wet. Die moet toegankelijk zijn voor betrokkenen en de gevolgen ervan moeten voorzienbaar zijn. 58

Inbreuk op mensenrechten door de uitvoerende macht, moet onderworpen zijn aan effectief toezicht, wat normaal uitgevoerd moet worden door de rechterlijke macht, ten minste in hoogste instantie, aangezien rechterlijk toezicht de beste garanties biedt voor onafhankelijkheid. 59

Nationale wetgeving moet voldoende duidelijkheid bieden over de omvang en de uitvoeringswijze van bevoegdheden door de overheid. 60

Een nationaal rechtsmiddel moet de bevoegde nationale instantie over zowel de inhoud laten oordelen als gepaste genoegdoening laten toewijzen. Het rechtsmiddel moet effectief zijn zowel in praktijk als volgens de wet. 61

Indien het om geheim onderzoek gaat kan objectief toezicht voldoende zijn wanneer de onderzoeksmiddelen geheim blijven. Pas wanneer middelen bekend zijn geworden moeten er rechtsmiddelen beschikbaar zijn voor het individu. 62

EHRM 25 september 2001, P.G. en J.H. t. Verenigd Koninkrijk

Op 28 februari 1995 ontvangt rechercheur Mann informatie dat er door P.G. en B een gewapende overval gepleegd gaat worden op een waardetransport op of omstreeks 2 maart 1995. Er zijn meerdere mogelijke locatie. Aangezien de politie weet waar B woont beginnen ze daar dezelfde dag met een observatie. 63 Op 15 maart 1995 ontdekken B en anderen bij hem in huis de verborgen microfoons en verlaten zij het pand. De overval heeft nooit plaatsgevonden. 64 Om spraakmonsters te verkrijgen om te vergelijken met de opnames vraag de politie toestemming om verborgen microfoons in de cellen van de verdachten te plaatsen. 65

Aangezien er geen nationale wetgeving is over het plaatsen van verborgen microfoons is de inbreuk niet “voorzien bij wet”. 66 Hoewel er geen voorschriften zijn, maar enkel interne richtsnoeren, over de opslag en vernietiging van informatie is het EHRM niet overtuigd dat het gebrek aan zulke gedetailleerde formele regelgeving enig risico voor willekeurigheid of misbruik vormt. Noch is het duidelijk dat er enig gebrek aan voorzienbaarheid is. 67

Er is een gebied van interactie, zelfs in een openbare context, van iemand met anderen die onder de privacy valt. 68 Iemands redelijke verwachtingen wat betreft privacy kan een belangrijke, maar niet doorslaggevende factor zijn. Privacy overwegingen kunnen ontstaan wanneer dit soort openbare gegevens systematisch en permanent worden bewaard. 69

Het opnemen van de stemmen bij de inverzekeringstelling en in hun politiecellen vormt een inbreuk op hun privacy. 70 Het maakt geen verschil waar de opname, binnen een politiebureau, wordt gemaakt, als dit gebeurd zonder kennis of toestemming van de betrokkene. 71

Het recht op een eerlijk proces eist dat het openbaar ministerie al het bewijs, zowel belastend als ontlastend, waarover zij beschikt aan de verdediging onthullen. 72 In elke strafzaak kunnen er conflicterende belangen zijn, zoals nationale veiligheid, die moeten worden afgewogen tegen de rechten van de verdachte. De rechten van de verdediging mogen enkel worden beperkt indien dit strikt noodzakelijk is. Alle problemen voor de verdediging, veroorzaakt door een beperking van zijn rechten, moeten voldoende worden gecompenseerd door de gevolgde procedures. 73

Stemfragmenten kunnen gelijkelijk worden beoordeeld als bloed, haar of andere stoffelijke monsters gebruikt bij forensisch onderzoek waarbij het recht zichzelf niet te incrimineren niet van toepassing is. 74

EHRM 22 oktober 2002, Taylor – Sabori t. Verenigd Koninkrijk

Met een “kloon” van de pager van Taylor weet de politie berichten te onderscheppen. 75 Taylor word ervan verdacht dat hij één van de hoofdorganisatoren is van de import van ruim 22.000 XTC tabletten van Amsterdam naar het Verenigd Koningkrijk. 76

Er is geen beleid dat de onderschepping van pager-berichten verzonden via een privé telecommunicatiesysteem. Hieruit volgt dat de inbreuk niet in overeenstemming met de wet is. 77

EHRM 28 januari 2003, Peck t. Verenigd Koninkrijk

Meneer Peck liep naar een centrale kruizing met een keukenmes in zijn hand en hij probeerde zelfmoord te plegen door zijn polsen door te snijden. Hij was zicht er niet van bewust dat een bewakingscamera hem filmde. 78 In het “CCTV News” werden twee foto’s uit het cameramateriaal getoond. Het gezicht van Peck was niet geblurred. 79

Het observeren van iemand in een publieke omgeving middels fotografische apparatuur die de visuele gegevens niet opslaat vormt geen inbreuk op iemands privacy. Het opslaan en de systematische en permanente aard van de gegevens kan wel een inbreuk vormen. Het relevante moment is veel meer bekeken dan hoe een voorbijganger of en beveiliger het zou hebben gezien. En was dus veel ingrijpender dan wat de betrokkene mogelijk had kunnen voorzien. 80

De publicatie van beveiligingbeelden mag. In dit geval om het succesvolle gebruik van beveiligingscamera’’s te tonen en daarmee een afschrikwekkend effect te creëren. 81 In dit geval zijn er onvoldoende gronden die volledige openbaarmaking van de beelden rechtvaardigen, zonder toestemming van de betrokkene, het verbergen van zijn identiteit, of stappen te nemen zodat de media zijn identiteit verbergt. 82

De taak van het EHRM is om zichzelf te beperken, zonder het grotere plaatje uit het oog te verliezen, tot die waarborgen die enige relevantie voor de betrokkene kunnen hebben. 83 Het gebrek aan juridische bevoegdheid bij de commissie tot het toewijzen van schadevergoeding betekent dat die geen effectief rechtsmiddel kan bieden. 84

EHRM 6 juni 2006, no. 6233200, Segerstedt-Wiberg e.a. t. Zweden

Mevrouw Segerstedt is de dochter van een bekende uitgever en anti-Nazi activist Torgny Segerstedt. 85 Ze heeft ontdekt dat de inlichtingendienst van de Verenigde Staten sinds de tweede wereldoorlog haar en anderen doorlopend heeft onderzocht. Dit is op basis van informatie die afkomstig was uit Zweden en met de Verenigde Staten en andere landen zijn gedeeld. Dit is om schade aan te brengen aan haar en haar werk ter bescherming van vluchtelingen. Ze verwijst ook naar het verspreiden van geruchten dat zij onbetrouwbaar was in verband met de Sovjet Unie. 86 Het onthulde deel van haar dossier ging over drie bombrieven die in 1990 aan de Zweedse radio, haar en een andere bekende schrijver waren verzonden, vanwege haar stellingname tegen nazisme en xenofobie. 87

De tweede verzoeker is een gevestigde journalist. Hij is de auteur van verschillende artikelen over nazisme en over de inlichtingendienst. 88 Het bekende deel van zijn dossier is dat hij aanwezig was bij een vergadering van de Wereldfederatie van Democratische Jeugd (DUV) in Warschau. Een jongere, waarschijnlijk Per Rune Nygren uit Örebro nam deel als vertegenwoordiger van het Wereld Jeugd Festival (VUF). 89

Par 19 De inhoud van het bekende deel van de record is:

De derde verzoeker was lid van de Marxistisch Leninistische (revolutionaire) Partij (KPML®). 90 De KPML® is een legale politieke partij die ook deel neemt aan verkiezingen. 91

De vierde verzoeker was lid van de KPML® sinds 1972 en de voorzitter van Proletären FF, een sportclub met ongeveer 900 leden, sinds 1974. Hij is bekend in de Zweedse sportwereld en heeft actief met kinderen en jongeren in de sport gewerkt. 92

De vijfde verzoeker was lid van het Europees parlement van 1999 tot 2004 voor GUE/NGL namens de Zweedse linkse partij. 93 Het dossier ging vooral over politieke zaken, zoals deelname aan een campagne voor nucleaire ontwapening en activiteiten van de vredesbeweging, zoals demonstraties en activiteiten voortkomende uid lidmaatschap van de Sociaal Democratische Studenten Vereniging.

De persoonlijke levenssfeer omvat zelfs die delen van informatie die openbaar zijn wanneer de informatie systematisch wordt verzameld en bewaard. 94

Als een bevoegdheid in het geheim wordt uitgeoefend zijn de gevaren van willekeur evident. Derhalve moet de wet, de omvang van al dit soort bevoegdheden en de manier van uitoefening, voldoende duidelijk aangeven, waarbij rekening moet worden gehouden met het rechtmatige doel om het individu voldoende bescherming te geven tegen willekeurige inbreuken. 95

Bevoegdheden tot geheim onderzoek naar burgers zijn enkel toegestaan voor zover zij strikt noodzakelijk zijn om de democratische instituties te beschermen. Het belang bij de bescherming van de nationale veiligheid en het bestrijden van terrorisme moet worden afgewogen tegen de ernst van de inbreuk op de rechten van betrokkenen. 96

De statuten en het programma van een politieke partij kunnen niet het enige criterium zijn bij het vaststellen van de doelen van die partij. 97

De instantie uit artikel 13 EVRM is niet altijd noodzakelijkerwijs een rechterlijke instantie in de enge betekenis. Desalniettemin zijn de bevoegdheden en procedurele waarborgen die een instantie bezit relevant om te beoordelen of een rechtsmiddel effectief is. Bovendien kan, in de context van geheim onderzoek, objectief toezicht voldoende zijn wanneer de onderzoeksmiddelen geheim blijven. Pas wanneer middelen bekend zijn geworden moeten er rechtsmiddelen beschikbaar zijn voor het individu. 98

Het ontbreken van een rechtsmiddel om gegevens te laten verwijderen is een tekortkoming die niet verenigbaar is met het vereiste van effectiviteit uit artikel 13 EVRM. 99

EHRM 29 juni 2006, Weber en Saravia t. Duitsland

Het gaat met name over de uitbreiding van bevoegdheden op het vlak van het bewaren van telecommunicatie gedurende “strategisch monitoren”. “Strategisch monitoren” is gericht op het verzamelen van informatie door het onderscheppen van telecommunicatie om ernstige gevaren te ontdekken en af te wenden. 0

Mevrouw Weber is een freelance journaliste die regelmatig voor verschillende Duitse en buitenlandse kranten, radio en televisiezenders werkt. Zij richt zich met name op onderwerpen die de aandacht hebben van inlichtingendiensten, in het bijzonder bewapening, voorbereiding voor oorlog, drugs en wapensmokkel en witwassen. Voor haar onderzoeken reist zij regelmatig naaar verschillende landen in Europa en Zuid en Centraal Amerika. Ze ontmoet ook mensen voor interviews. 100 Meneer Saravia neemt boodschappen aan voor mevrouw Weber als zij niet aanwezig is. 101

Telefoongesprekken vallen onder de persoonlijke levenssfeer en het briefgeheim. 102 Het enkele bestaan van wetgeving die een systeem van geheime monitoring van communicatie toestaat houdt een bedreiging met onderzoek in voor allen op wie de wetgeving mag worden toegepast. 103 De overdracht van gegevens naar, en hun gebruik door, de overheid, wat kan leiden tot onderzoeken tegen de betrokkenen, vormt een verdere losse inbreuk op de rechten van betrokkenen. 104 Het is essentieel om duidelijke gedetailleerde regels te hebben over het onderscheppen van telefoongesprekken. Zeker aangezien de beschikbare technologie hiervoor voortdurend verfijnder wordt. 105

Het zou in strijd met de wet zijn als de juridische vrijheid die aan de uitvoerende macht of de rechter is toegekend is uitgedrukt in termen van onbegrensde macht. Derhalve moet de wet, de omvang van al dit soort bevoegdheden en de manier van uitoefening, voldoende duidelijk aangeven, waarbij rekening moet worden gehouden met het rechtmatige doel om het individu voldoende bescherming te geven tegen willekeurige inbreuken. 106

De volgende minimum waarborgen moeten in de geschreven wet zijn opgenomen om machtsmisbruik te voorkomen: de aard van de gedragingen die aanleiding kunnen geven voor een onderscheppingsbevel; een definitie van de categorieën personen waarvan de telefoons mogelijk getapt worden; een tijdsbegrenzing van het tappen; de procedure die gevolgd wordt bij het analyseren, gebruiken en bewaren van de gegevens; de voorzorgen die genomen worden bij het delen van de gegevens met andere partijen; de omstandigheden waarbij de gegevens kunnen, of moeten worden verwijderd of vernietigd. 107

Er is een risico dat een systeem van geheim onderzoek, ter bescherming van de nationale veiligheid, de democratie ondermijnt of zelfs vernietigt, onder het mom van hem te beschermen 108

Het delen van persoonlijke gegevens verkregen door algemene onderzoeksmaatregelen zonder enige specifieke voorafgaande verdenking op basis waarvan een strafzaak mag worden gestart tegen hen die in de gaten worden gehouden, vormt een tamelijk serieuze inbreuk op het recht op vertrouwelijkheid van telecommunicatie. 109

De bescherming van journalistieke bronnen is één van de hoekstenen van de persvrijheid. Zonder die bescherming kunnen bronnen worden afgeschrikt van het helpen van de pers bij het informeren van het publiek over zaken van algemeen belang. 110

EHRM 3 juli 2007, Copland t. Verenigd Koninkrijk.

In 1991 werkt mevrouw Copland bij het Carmarthenshire College. 111 De assistent rector heeft contact opgenomen met een andere vestiging om te informeren over een bezoek van haar, waarbij hij een ongepaste relatie tussen haar en de directeur van die vestiging suggereerde. 112 Gedurende haar aanstelling werden haar telefoon, email en internetgebruik gemonitord op aandringen van de assistent rector. Volgens de overheid vond dit monitoren plaats om vast te stellen of mevrouw Copland bovenmatig gebruik maakte van de faciliteiten van het college voor persoonlijk gebruik. 113

Telefoongesprekken vanaf de werkplek vallen in beginsel onder de persoonlijke levenssfeer. 114 Gegevens over de datum en de lengte van telefoongesprekken en in het bijzonder van de gekozen nummers vormen een integraal onderdeel van de telefoon communicatie. 115 Het verzamelen en bewaren van persoonlijke informatie over de telefoon van mevrouw Copland en haar email en internetgebruik, buiten haar wetenschap vormt een inbreuk. 116

EHRM 1 juli 2008, Liberty e.a. t. Verenigd Koninkrijk

Het ETF onderschept alle openbare telecommunicatie tussen twee radiozendstations van British Telecom die ook een groot deel van het telecommunicatieverkeer van Ierland verzorgen. 117

De bevoegdheden, in het bijzonder die die onderzoek, gebruik en opslag van de onderschepte communicatie vormen een inbreuk. 118

Er is geen enkele reden om andere maatstaven, over de toegankelijkheid en duidelijkheid van de regels, toe te passen voor het onderscheppen van individuele communicatie aan de ene kant en meer algemene onderzoeksprogramma’s aan de andere. 119

In beginsel kon de communicatie van elk persoon die enige vorm van communicatie stuurde naar, of ontving van buiten de Britse Eilanden worden onderschept. De juridische beoordelingsvrijheid voor de fysieke onderschepping van communicatie was vrijwe onbegrensd. 120

De procedures die gevolgd moeten worden bij het onderzoeken, gebruiken en bewaren van onderschept materiaal moet onder andere worden vastgeegd op een manier die open staat voor publieke beoordeling en kennis. 121

EHRM 4 december 2008, S. en Marper t. Verenigd Koninkrijk

Meneer S is op 19 januari 2001, toen hij 11 jaar was, gearresteerd. Hem werd een gewapende overval ten laste gelegd. Zijn vingerafdrukken en DNA monsters werden afgenomen. Hij is op 14 juni 2001 vrijgesproken. 122

Meneer Michael Marper is op 13 maart 2001 gearresteerd. Er is hem het lastig vallen van zijn partner ten laste gelegd. Zijn vingerafdrukken en DNA monsters werden afgenomen. Voordat er een regiezitting plaatsvond hebben zijn partner en hij het goedgemaakt, waardoor er nooit een dagvaarding is uitgebracht. 123

Beide verzoekers hebben gevraagd om hun vingerafdrukken en DNA-monsters te vernietigen, maar in beide zaken heeft de politie geweigerd. 124

Persoonlijke levenssfeer is een breed begrip dat niet vatbaar is voor een volledige omschrijving. Het omvat de fysieke en psychologische integriteit van een persoon. 125 Het EHRM zal de specifieke context, waarin de informatie is opgenomen en behouden, nauwkeurig beschouwen. 126 Zorgen over mogelijk toekomstig gebruik van privé informatie bewaard door de overheid zijn legitiem en relevant 127

Het vereiste detailniveau van de nationale wetgeving, dat overigens nooit met elke eventualiteit rekening kan houden, hangt voor een belangrijke mate af van de inhoud van het inbreukmakende middel, het gebied waarop het ziet en het aantal en de status van de personen in de doelgroep. 128 Bij telefoontaps, geheime observatie en inlichtingenwerk is het essentieel om duidelijke gedetailleerde regels te hebben over de omvang en de toepassing van de middelen en tevens omtrent minimumwaarborgen over onder andere de duur, opslag, gebruik, toegang door derden, procedures voor het behouden van de integriteit en vertrouwelijkheid van gegevens en vernietigingsprocedures. Zodoende worden voldoende waarborgen geboden tegen het risico van misbruik en willekeur. 129 De noodzaak voor zulke waarborgen is des te groter wanneer er sprake is van geautomatiseerde gegevensverwerking. 130

Elke staat die een voortrekkersrol aanneemt bij de ontwikkeling van nieuwe technieken heeft een bijzondere verantwoordelijkheid bij het maken van de juiste belangenafweging. 131

Ongeacht hoe ze zijn verkregen, heeft het enkele behouden en opslaan van persoonlijke gegevens door overheidsinstanties een directe weerslag op het privéleven. 132 Het behouden van de privé gegevens van verzoekers kan niet worden vergeleken met het uiten van verdenkingen. Desalniettemin is hun indruk dat zij niet behandeld worden als onschuldigen versterkt doordat hun gegevens oneindig bewaard worden. 133

EHRM 18 mei 2010, Kennedy t. Verenigd Koninkrijk

Op 23 december 1990 wordt meneer Kennedy opgepakt voor dronkenschap. Hij wordt die nacht in een cel gezet bij een andere arrestant, Patrick Quinn. De volgende ochtend wordt Quinn dood aangetroffen met ernstige verwondingen. Kennedy stelt dat de politie hem de schuld wil geven van de moord om hun eigen fouten te maskeren. Kennedy ging later werken als verhuizer. Daarbij ervoer hij inmenging in zijn zakelijke telefoongesprekken. Hij vermoedde dat dit was omdat zijn post, telefoon en email communicatie werd onderschept.134

Er was geen mogelijkheid om de geheime onderzoeksmiddelen aan te vechten. Daarom is een wijdverbreid vermoeden en zorg van de samenleving, dat geheime onderzoeksbevoegdheden misbruikt worden niet onterecht. 135

De verwijzing naar voorzienbaarheid binnen de context van het onderscheppen van communicatie kan niet het zelfde zijn als in veel andere vlakken. 136 Bevoegdheden die geheim onderzoek naar burgers gebieden zijn enkel toegestaan voor zover zij strikt noodzakelijk zijn om de democratische instituties te beschermen. Er moeten adequate en effectieve waarborgen tegen misbruik zijn. 137 De voorwaarde van voorzienbaarheid eist niet van staten dat zij uitputtend omschrijven welke specifieke strafbare feiten aanleiding kunnen zijn voor onderschepping. 138

De commissaris is onafhankelijk van de uitvoerende en de rechterlijke macht en heeft een vooraanstaande juridische positie bekleed. Hij hij brengt jaarlijks verslag uit aan de minister president. Dit verslag is openbaar en wordt verstrekt aan het parlement. Bij zijn toezicht op geheime bevoegdheden heeft hij toegang tot alle relevante documenten waaronder ook geheime zaken. Alle betrokkenen bij de onderschepping hebben de plicht om al het materiaal waarom hij verzoekt aan hem te openbaren. 139

In beginsel is het wenselijk toezicht bij een rechter neer te leggen. Het IPT is een onafhankelijk en onpartijdig orgaan. De leden van het college moeten een vooraanstaande bekleden, of bekleed hebben, of ervaren juristen zijn. Bij de beoordeling van klachten van personen heeft het IPT toegang tot geheim materiaal en krijgt zij elke ondersteuning die zij nodig acht en heeft zij het recht openbaarmaking te gebieden en om alle documenten die zij relevant acht te vorderen. Indien het IPT een klacht gegrond verklaard kan zij, onder andere, elk onderscheppingsbevel vernietigen, het reeds onderschepte materiaal laten vernietigen en schadevergoeding toekennen. De publicatie van de uitspraken van het IPT verhoogt het toezicht op geheime onderzoeksmiddelen nog verder. 140

Zelfs bij strafzaken kunnen er beperkingen zijn van het recht op een procedure die volledig op tegenspraak wordt gevoerd, indien dit strikt noodzakelijk is in het licht van een sterk tegengesteld publiek belang, zoals nationale veiligheid. Er is echter geen sprake van een eerlijk proces tenzij alle problemen voor de verdachte die worden veroorzaakt door een beperking van zijn rechten voldoende zijn gecompenseerd. 141

EHRM 2 september 2010, Uzun t. Duitsland

In de lente van 1993 startte de inlichtingendienst langdurige observatie van Uzun. Hij werd verdacht van deelname aan strafbare feiten gepleegd door de Anti-Imperialistiche Cel/ Die streeft gewapende strijd na die sinds 1992 is gestaakt door de Rote Armee Fraktion.142

Hij werd visueel geobserveerd door medewerkers van de inlichtingendienst, mensen die zijn flat binnen gingen werden gefilmd, zijn telefoon en een telefooncel werden getapt en zijn post werd geopend en gecontroleerd. 143 Er werden twee peilzenders in de auto van S geplaatst144 en later werd een GPS baken geplaatst.145 Uzun betwiste enkel de legaliteit van het GPS baken.146

Privacy overwegingen komen aan de orde zodra enig systematische of permanente verslaglegging ontstaat.147 Het systematisch verzamelen en opslaan van gegevens over specifieke personen, door inlichtingendiensten, vormt een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer.148

GPS observatie moet vanwege zijn aard onderscheiden worden van andere manieren van visuele of audio-observatie, die eerder inbreuk zullen maken op iemands recht op de persoonlijke levenssfeer. Zij onthullen namelijk meer informatie. Desalniettemin acht het EHRM dat observatie middels GPS een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormt, in de omstandigheden van dit geval.149

Het EHRM verbiedt niet dat regels betreffende strafbare feiten geleidelijk worden verduidelijkt in de jurisprudentie.150

Het feit dat Uzun door verschillende diensten met dezelfde onderzoeksmiddelen in de gaten is gehouden vormt dat er sprake is van een zwaardere inbreuk in zijn persoonlijke levenssfeer.151

EHRM 8 maart 2011, 1273905 Goranova-Karaeneva t. Bulgaria

Op 9 januari 2001 ontving de politie in Montana een tip dat mevrouw Goranova-Karaeneva, in haar werk als getuige deskndige, mevrouw A.G. gevraagd had om geld te betalen waarvoor zij in ruil een rapport zou schrijven dat de eis van A.G. onderbouwt.152

De volgende zaken kunnen problemen zijn:

a. het gebrek aan toezicht op de inzet van bevoegdheden en de tijdige vernietiging van materiaal, als die niet langer relevant is, door een onafhankelijk orgaan; b. het gebrek aan voldoende waarborgen dat het onderzoek verricht wordt voor de nationale veiligheid en niet voor een strafzaak; c. het gebrek aan voldoende nauwkeurige regelgeving die de manier van onderzoeken, de procedures voor behoud van de integriteit en vertrouwelijkheid en de procedures voor vernietiging beschrijft; d. het gebrek aan een onafhankelijk orgaan dat toezicht houdt op en verslag uitbrengt over het systeem van geheim onderzoek; e. het gebrek aan onafhankelijk toezicht op het gebruik van bijvangst; f. het gebrek aan kennisgeving aan kennisgeving aan betrokkenen, zelfs indien dit kan zonder het doel van dit onderzoek in gevaar te brengen.153

Het moeten voorzien in een nationaal (rechts)middel dat de inhoud van klacht behandelt en toepasselijke genoegdoening verstrekt gaat niet zo ver dat dit de vorm van het (rechts)middel voorschrijft. In het kader van geheim onderzoek een “effectief rechtsmiddel” betekent een middel dat zo effectief als mogelijk is binnen de beperkende omstandigheden.154

Strafrechters kunnen een dergelijk middel niet bieden. Hoewel zij bevoegd zijn en inderdaad beoordeelden of het onderzoek rechtmatig was uitgevoerd, was dit enkel tot zover als dit invloed had op de eerlijkheid van de strafzaak en of het materiaal gebruikt kan worden als bewijs. Bovendien, zelfs indien deze beoordeling leidt tot een vaststelling dat het onderzoek in strijd met de wet was, dan kon deze vaststelling niet op zichzelf leiden tot compensatie voor de betrokkene.155

EHRM 25 mei 2011, Association “21 December 1989” e.a. t. Roemenië

Vereniging “21 december 1989” is een vereniging van deelnemers, gewonde slachtoffer en familieleden van hen die stierven door de repressie van de anti-regeringsprotesten in Roemenië in december 1989, in de periode dat het toenmalige staatshoofd Nicolae Ceauşescu, omver is geworpen.156

De vereniging en zijn voorzitter nemen aan dat zij onderworpen zijn aan geheime onderzoeksmiddelen, in het bijzonder telefoon tappen.157

Bewust verhullen van bewijs schept twijfels over de mogelijkheden om een onderzoek naar de feiten te doen. Informatie rubriceren als “topgehiem” en “geheim” kan de taak van de rechterlijke organen, die voor verantwoordelijk zijn voor het onderzoek, hinderen. De toegang tot die archieven kan onderzoekers alleen in uitzonderlijke situaties, in het belang van de nationale veiligheid, geweigerd worden.158

Het bewaren van informatie over iemands privéleven in een geheim bestand en het verstrekken van zulke informatie valt onder de werking van artikel 8 EVRM.159

###EHRM 3 juli 2012, Robathin t. Oostenrijk Meneer Robahin werkt als advocaat en heeft een praktijk met zijn vrouw.160 Er wordt een strafzaak tegen hem gestart wegens verdenking van diefstal, fraude en verduistering met verzwarende omstandigheden.161 Na zijn veroordeling verkreeg hij nieuw bewijs. De zaak werd op zijn verzoek heropend wat leidde tot zijn vrijspraak.162 Het zoeken naar en in beslag nemen van digitale gegevens vormt een inbreuk op het briefgeheim.163 Er dienen bijzondere redenen te zijn om het doorzoeken van alle andere gegevens toe te staan. Daarbij moet rekening worden gehouden met de bijzondere omstandigheden van een advocatenkantoor.164

EHRM 13 november 2012, M.M. t. Verenigd Koninkrijk

Om haar zoon en zijn vriendin te dwingen het bij te leggen en in de hoop dat haar kleinzoon niet naar Australië terug zou gaan is Mevrouw M.M. verdwenen met haar kleinzoon om zes uur ‘s middags op 19 april 2000. In de ochtend van 21 april wordt de politie gebeld dat het kind veilig en wel terug is.165 Op 14 september 2006 kreeg zij een baan aangeboden als sociaal verpleegkundige. Daarbij werd zij verzocht eerdere veroordelingen en waarschuwingen te melden. Zij gaf daarom de details van het incident uit 2000 en het voorwaardelijke sepot dat zij in dat kader had gekregen.166 Op 31 oktober 2006 werd het baanaanbod ingetrokken. Als reden hiervoor werd de waarschuwing opgegeven.167

Naar aanleiding van een vraag van M.M. heeft een rechercheur met haar instemming voorgesteld een opmerking toe te voegen aan de waarschuwing inhoudende dat de zaak van familiale aard was en dat M.M. benaderd moet worden voor uitleg bij elke verklaring omtrent haar gedrag.168

In februari 2007 had M.M. een sollicitatiegesprek voor een functie als maatschappelijk werkster.169 Op 29 maart 2007 werd zij geïnformeerd dat haar sollicitatie niet geslaagd was. Er werd haar geen reden gegeven.170

Principe 7 van de aanbeveling over het verdrag inzake gegevensbescherming stelt: “Voor dit doel moet er in het bijzonder rekening te worden gehouden met de volgende criteria: De noodzaak om gegevens te behouden in het licht van het afronden van een onderzoek in een specifieke zaak; een onherroepelijke rechterlijke uitspraak, in het bijzonder vrijspraak, eerherstel, uitgevoerde veroordelingen, amnestieën, de ouderdom van de gegevens, bijzondere vormen van gegevens.”171

Het instemmen van M.M. met openbaarmaking ontneemt haar niet de bescherming van het EHRM.172 Nationale wetgeving moet voldoende bescherming bieden tegen willekeur en dus de omvang van de beoordelingsvrijheid van de bevoegde autoriteiten en de manier van uitoefening voldoende duidelijk aangeven.173

Er is sprake van een schending van artikel 8 EVRM omdat de wet enigszins vaag is en open staat voor verschillende uitleg.174

Er is mogelijk een noodzaak voor een volledig overzicht van alle sepots, veroordelingen, waarschuwingen, reprimandes, vrijspraken en zelfs andere informatie. Echter het zonder onderscheid of beperking verzamelen van strafbladen voldoet, in de afwezigheid van waarborgen, niet. Die waarborgen moeten de omstandigheden van het verzamelen, de bewaartermijn, het gebruik en de omstandigheden voor vernietiging, beschrijven.175 De verplichtingen van de instanties die verantwoordelijk zijn voor het bewaren en openbare van strafbladen zijn bijzonder zwaar gezien de aard van de gegevens en de mogelijk verwoestende gevolgen van hun openbaarmaking.176

Zorgen over de verandering van beleid die jaren na het sepot in de zaak van M.M. plaatsvond en grote gevolgen had, leiden tot zorgen.177

EHRM 22 november 2012, Telegraaf t. Nederland

De BVD (voorganger AIVD) voerde van 1997 tot 2000 onderzoek naar aanleiding van beschuldigingen van omkoping van ambtenaren door Mink K. Er werd echter geen bewijs gevonden voor die omkoping. De Telegraaf bericht dat de stukken, die rond gingen in het criminele milieu, verkregen waren van criminele contacten en suggereerde dat ze gelekt zijn door agenten van de BVD of AIVD.178

De originelen van de stukken zijn door een notaris in een gesloten enveloppe geplaatst, waarna deze is overhandigd aan de rechter. Om gedurende de procedure ongeopend bewaard te worden.179

Het begrip journalistieke bron betekent “elke persoon die informatie verstrekt aan een journalist”. “Infromatie die een bron onthult” omvat, voor zover al het kan leiden tot het identificeren van een bron, zowel “de feitelijke omstandigheden van het verkrijgen van de informatie van een bron door een journalist” als “de ongepubliceerde inhoud van de informatie die door een bron aan een journalist is verstrekt.”180

Aangezien de uitvoering in de praktijk van geheime onderzoeksmiddelen niet beoordeeld kan worden door de betrokkenen of het brede publiek, is het in strijd met het recht als de beoordelingsvrijheid van de uitvoerende macht is uitgedrukt in termen van onbegrensde bevoegdheden.181

In het geval van Weber en Saravia bestond de inbreuk op de rechten van verzoekers ui het onderscheppen van telecommunicaatie om gevaren op voorhand te ontdekken en af te wenden, zogenaamd “strategisch tappen”. Het recht op bronbescherming van de eerste verzoekster, zijnde een journalist, was in het geding. Echter was het doel van strategisch tappen niet het identificeren van journalistieke bronnen en werden de waarborgen toereikend geacht.182

Op een vlak waar misbruik mogelijk zo makkelijk is in individuele zaken en zulke schadelijke gevolgen kan hebben, is het in beginsel wenselijk toezicht bij een rechter neer te leggen.183 Toezicht achteraf kan het brongeheim niet herstellen als dat eenmaal is geschonden.184

Het is de taak van de pers om informatie te delen als “mmatschappelijke waakhond”.185 Artikel 10 EVRM beschermt het recht – en de plicht – van journalisten om informatie te verstrekken in zaken van maatschappelijk belang, vooropgesteld dat hij ter goeder trouw handelt om correcte en betrouwbare informatie te verstrekken in overeenstemming met de journalistieke ethiek.186 Journalistieke bronbescherming is één van de basisvoorwaarden voor persvrijheid, zoals erkent is en opgenomen is in tal van internationale verdragen.187 Het gedrag van een bron kan nooit doorslaggevend zijn bij de beoordeling of zijn identiteit geopenbaard moet worden. Het kan slechts één, zij het een belangrijke, van de factoren zijn die in ogenschouw moet worden genomen.188

EHRM 13 december 2012, El-Masri t. “voormalige Joegoslavische Republiek Macedonie”

31 december 2003 stapt El-Masri in Duitsland in een bus voor “een korte vakantie” in Skopje. Er ontstaat een verdenking over de geldigheid van zijn recent verstrekte paspoort. Zijn persoonlijke spullen worden doorzocht en hij wordt verhoord over mogelijke banden met verschillende islamitische organisaties. Vergezeld door gewapende mannen in burger wordt hij naar een hotel gereden.189 Tijdens zijn gevangenschap in het hotel zijn er altijd 3 mannen bij hem. Hij wordt tijdens zijn gevangenschap herhaaldelijk verhoord. Zijn verzoeken om contact met de Duitse ambassade worden geweigerd. Op een zeker moment wordt een vuurwapen op zijn hoofd gericht en wordt er gedreigd dat hij wordt neergeschoten. Na 7 dagen opsluiting biedt een andere ambtenaar hem een schikking, namelijk dat hij wordt teruggestuurd naar Duitsland in ruil voor een bekentenis dat hij een lid van al-Qaeda is.190

Zijn kleding wordt van zijn lichaam gesneden met een schaar of een mes. Zijn ondergoed wordt met geweld verwijderd. Hij wordt op de grond gegooid. Dan voelt hij dat een hard voorwerp in zijn anus wordt geduwd. Nadat hij weer kan zien zier hij 7 of 8 mannen gekleed in zwart met zwarte ski-maskers.191 Na landen was het buiten warmer dan in Macedonië. Hij concludeerde dat hij niet teruggebracht was naar Duitsland. Later leidde hij af dat hij in Afghanistan was.192 Hij wordt overgebracht naar een CIA-gevangenis, bekend als de “Salt Pit” een steenfabriek ten noorden van Kabul. Die wordt door de CIA gebruikt voor gevangenhouding en ondervraging van hoog geplaatste terreurverdachten.193 De (Macedonische) overheid ontkent dat El-Masri gevangengehouden en mishandeld is door overheidsagenten in het hotel, dat hij overgedragen is aan CIA-agenten, dat die hem later mishandeld hebben op het vliegveld van Skopje en dat zij hem overgedragen hadden naar een CIA-gevangenis in Afghanistan.194

De strafzaak is verjaard (na 5 jaar volgens Macedonisch recht). Hij is afgewezen wegens gebrek aan bewijs en omdat hij niet ontvankelijk was.195 De officier van justitie wees de aangifte van El-Masri af op 18 december 2008.196

Het concept “staatsgeheim” is vaak ingeroepen om de zoektocht naar de waarheid te hinderen. 197 Het lijden van El-Masri is nog verergerd door het geheime karakter van de operatie.198 Hoewel onderzoek naar terroristische misdrijven ongetwijfeld bijzondere problemen oplevert, betekent dat niet dat overheden een carte blanche hebben.199

EHRM 13 december 2012, De Souza Ribeiro t. Frankrijk

In een uitspraak van 25 oktober 2006 heeft de jeugdrechtbank in Cayenne (Frans Guyana) Meneer De Souza Ribeiro veroordeeld tot een gevangenisstraf en twee jaar reclasseringstoezicht. 200 Op 26 januari 2007 wordt hij uitgezet naar Belem in Brazilië.201

De effectieviteit van een rechtsmiddel hangt niet af van de zekerheid van een gunstige uitkomst. Ook hoeft de instantie waaraan gerefereerd wordt niet noodzakelijkerwijs een rechterlijke instantie te zijn. Desalniettemin de bevoegdheden en procedurele waarborgen zijn van belang bij het vaststellen of het middel doeltreffend is. Als de instantie niet rechterlijk is dan moet de onafhankelijkheid in het bijzonder worden vastgesteld.202

Voor een middel om doeltreffend te zijn en elk risico van willekeurige uitspraken te vermijden moet er daadwerkelijke inmenging van een rechter of een “nationale instantie” zijn.203 De haast had het effect dat de beschikbare middelen in praktijk ondoeltreffend en dus ontoegankelijk waren.204

Digital rights start een procedure waarin zij stelde dat zij een mobiele telefoon bezat. Zij vocht de rechtmatigheid van het bewaren van gegevens aan.205

Het is niet ondenkbaar dat het bewaren van de gegevens mogelijk een gevolg heeft op het gebruik, door abonnees of geregistreerde gebruikers, van de communicatiemiddelen.206 Door het bewaren van de gegevens voor te schrijven en door de bevoegde nationale organen toegang te geven tot die gegevens, maakt richtlijn 200624 een inbreuk op het recht op privacy.207 Om vast te stellen of er sprake is van een inbreuk op het grondrecht op privacy, maakt het niet uit of de gegevens over de privélevens gevoelig is of of de betrokken mensen gehinderd zijn.208

Gegevens die betrekking hebben op digitale communicatie zijn bijzonder belangrijk en daarom een waardevol middel voor het voorkomen van strafbare feiten en de misdaadbestrijding.209

Wetgeving moet duidelijke en nauwkeurige regels vastleggen over de omvang en toepassing van de maatregel en moet minimumwaarborgen opleggen zodat mensen wienst gegevens opgeslagen zijn voldoende waarborgen hebben om hun persoonlijke gegevens effectief te beschermen, tegen het risico van misbruik en onrechtmatige toegang en gebruik.210 De noodzaak van zulke waarborgen is des te groter indien de persoonlijke gegevens onderworpen worden aan geautomatiseerde gegevensverwerking.211

Richtlijn 200624 beslaat alle mensen en alle manieren van digitale communicatie en tevens alle verkeersgegevens, zonder enig onderscheid, beperking, of uitzondering, in het licht van de objectieve strijd tegen ernstige misdaad.212 Hij ziet daarom zelfs op mensen tegen wie er geen enkel bewijs is dat zelfs maar suggereert dat hun gedrag mogelijk een verband houdt met ernstige misdaad. Bovendien is er geen enkele uitzondering mogelijk. Hij geldt zelfs voor mensen wiens communicatie is onderworpen aan een beroepsmatige geheimhoudingsplicht.213

Richtlijn 200624 verzuimt tevens enig objectieve maatstaf neer te leggen waarmee de grenzen worden bepaald van de toegang tot de gegevens door nationale instellingen.214 Richtlijn 200624 houdt een brede en bijzonder ernstige inbreuk in die grondrechten in. Zonder dat die inbreuk nauwkeurig is beschreven met bepalingen om te verzekeren dat hij daadwerkelijk is begrensd tot wat strikt noodzakelijk is.215

Als een internetgebruiker Meneer Costeja Gonzalez’s naam invoert in Google krijgt hij links naar twee pagina’s van de krant “La Vanguardia” Waarop zijn naam genoemd wordt in verband met socialezekerheidsschulden.216

Het automatisch verkennen van het internet, voortdurend en systematisch zoekend naar gegevens die daar gepubliceerd zijn, welke vervolgens worden opgehaald, bewaard en georganiseerd binnen het raamwerk van indexeringsprogramma’s, opgeslagen op servers en geopenbaard en toegankelijk gemaakt in de vorm van een lijst zoekresultaten, moet worden aangemerkt als “verwerken”.217 Het structureren en samenbrengen van informatie die op internet gepubliceerd is kan hen mogelijk maken een min of meer nauwkeurig profiel te maken van het gegevensonderwerp.218

Iedereen heeft recht op toegang tot gegevens over hem of haar en het recht om die gegevens te aten rectificeren en naleving van deze regels moet onderworpen zijn aan controle door een onafhankelijke instantie.219

De gegevensbeheerder heeft de taak te verzekeren dat persoonlijke gegevens eerlijk en rechtmatig worden verwerkt. Dat ze worden verzameld voor bepaalde expliciete en rechtmatige doelen en niet verder verwerkt worden op een manier die onverenigbaar is met die doelen. Dat ze adequaat, relevant en niet excessief zijn in relatie tot die doelen. Dat ze accuraat zijn en waar nodig up to date worden gehouden. En tenslotte dat ze in een vorm worden gehouden die identificatie van het gegevensonderwerp niet langer dan noodzakelijk mogelijk maakt.220

Zelfs aanvankelijk rechtmatige verwerking van betrouwbare gegevens kan naar verloop van tijd onverenigbaar worden met grondrechten, als zij ontoereikend irrelevant of niet langer relevant, of overmatig in verband met die doelen en in het licht van de verstreken tijd, kan worden beschouwd.221

Hof Den Haag, 27 oktober 2015, tappen advocaat

De eisen waaraan het tappen van een advocaat moet voldoen mogen niet lager zijn dan de eisen die worden gesteld aan het tappen van niet-verschoningsgerechtigden. Het EHRM wijst er immers op dat de communicatie tussen advocaat en cliënt een “privileged status” heeft en dat bij het afluisteren van een advocaat ook de goede rechtsbedeling in het gedrang kan komen. Het verschoningsrecht aan de advocaat is toegekend vanwege het algemeen belang dat men de hulp van een advocaat kan inroepen (HR 22 juni 1984, NJ 1985, 188) en opdat niemand uit vrees dat feiten bekend zullen worden, ervan zal worden weerhouden de hulp van een advocaat in te roepen (HR 11 november 1977, NJ 1978, 399). Het is van groot belang dat degenen die zich tot een advocaat wenden dan wel overwegen dat te doen, er op kunnen rekenen dat de vertrouwelijkheid van hun communicatie met die advocaat is gewaarborgd en dat daarop slechts in bijzondere gevallen en onder toezicht van een onafhankelijk orgaan inbreuk kan worden gemaakt. hoewel het recht op bronbescherming van de journalist niet in alle opzichten vergelijkbaar is met het verschoningsrecht van de advocaat, is er geen aanleiding is om het tappen van een advocaat van minder waarborgen te voorzien.222

Direct en indirect tappen van advocaten is slechts toelaatbaar indien in onafhankelijk toezicht is voorzien.223 Onafhankelijk toezicht in de door het EHRM bedoelde zin is niet denkbaar indien het toezichthoudende orgaan niet op zijn minst de bevoegdheid heeft om het (direct of indirect) tappen van advocaten te voorkomen of te beëindigen.224

Geenszins valt uit te sluiten dat informatie, die is verkregen door het tappen door de diensten van vertrouwelijke gesprekken tussen een advocaat en zijn cliënt, in het strafproces wordt gebruikt. Zonder afdoende waarborgen, die ontbreken, is dat onaanvaardbaar, aangezien dat in strijd zou zijn met een van de grondbeginselen van een eerlijk proces.225

Reeds de mogelijkheid dat, behoudens in zeer bijzondere en duidelijk te formuleren gevallen, dergelijke informatie aan het openbaar ministerie wordt doorgegeven kan tot gevolg hebben dat personen er van afzien zich tot een advocaat te wenden. Ook dat is in strijd met de strekking van artikel 6 lid 3 onder c EVRM en met de ratio van het aan een advocaat toegekende verschoningsrecht.226

Dat de strafrechter onrechtmatig verkregen bewijs dat door het openbaar ministerie is geproduceerd buiten beschouwing kan laten, betekent niet dat de civiele rechter de diensten niet kan verbieden dergelijke informatie aan het openbaar ministerie te geven. Bovendien hoeft het bij de onrechtmatig verkregen informatie niet steeds om bewijsmiddelen te gaan, maar is het ook mogelijk dat het openbaar ministerie via de diensten over de procestactiek van de verdachte en zijn advocaat wordt geïnformeerd. Bovendien kan een toets door de rechter achteraf niet wegnemen dat het risico bestaat dat verdachten zich minder snel tot een advocaat zullen wenden.227

Op 25 juni 2013 diende meneer Schrems een klacht in bij de gegevensbeschermingsautoriteit waarin hij hem in essentie verzocht zijn bevoegdheden uit te oefen door Facebook Ierland te verbieden zijn persoonsgegevens over te brengen naar de Verenigde Staten.228

Overdracht van persoonsgegevens aan derde staten die geen adequaat beschermingsniveau bieden moet worden verboden.229 een derde staat kan niet verplicht worden een beschermingsniveau te bieden dat identiek is aan dat wat gegarandeerd is in het Europese rechtssysteem. “Adequaat beschermingsniveau” moet worden begrepen als de eis aan de derde staat om een niveau van bescherming van grondrechten en vrijheden te bieden dat in essentie gelijk is aan dat wat is gewaarborgd binnen de Europese Unie.230

Met betrekking tot het niveau van bescherming van grondrechten moet EU regelgeving duidelijke en nauwkeurige regels over de omvang en toepassing van de maatregel en minimum waarborgen vastleggen, zodat de mensen wiens persoonlijke gegevens betrokken zijn voldoende waarborgen hebben om hun gegevens effectief te beschermen tegen het gevaar van misbruik of enig onrechtmatige toegang of gebruik van die gegevens. De noodzaak voor zulke waarborgen is des te groter indien de persoonlijke gegevens onderworpen worden aan geautomatiseerde gegevensverwerking en indien er een serieus gevaar is van onrechtmatige toegang tot die gegevens.231

Bescherming van het grondrecht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer op EU niveau vereist dat alleen voor zover dat absoluut noodzakelijk is verminderingen en beperkingen van de bescherming van de persoonlijke gegevens toegestaan zijn.232 Wetgeving die overheden op algemene basis toegang toestaat tot de inhoud van digitale communicatie moet worden beschouwd als afbreuk doend aan de essentie van het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.233 Evenzo eerbiedigt wetgeving de essentie van het grondrecht op effectieve rechtsbescherming niet, als die geen mogelijkheid bied aan een individu om rechtsmiddelen in te zetten om toegang te krijgen tot persoonlijke gegevens over hem of om rectificatie of vernietiging van zulke gegevens af te dwingen.234

EHRM 4 december 2015, Roman Zakharov t. Rusland

Roman Zakharov is de hoofredacteur van een uitgeverij en een luchtvaarttijdschrift. Hij is ook voorzitter van de St. Petersburg afdeling van de Glasnost Defence Foundation, een NGO die de staat van de persvrijheid in de Russische regio’s volgt.235 Hij stelde dat de mobiele netwerk aanbieders apparatuur hebben geplaatst die de FSB (Russische AIVD) in staat stelt alle telefooncommunicatie te onderscheppen zonder juridische toestemming.236

Een individu kan, onder omstandigheden, stellen slachtoffer te zijn van een inbreuk vanwege het enkele bestaan van geheime bevoegdheden, of wetgeving die geheime bevoegdheden toestaat.237 Van een individu kan niet redelijkerwijs verwacht worden dat hij kan bewijzen dat informatie over zijn privéleven is opgesteld of bewaard. Het is voldoende, op het vlak van geheime bevoegdheden, dat het bestaan van een werkwijze die geheim onderzoek toestaat is vastgesteld en dat er een redelijke kans is, dat de inlichtingendiensten gegevens betreffende zijn privéleven hebben opgesteld en bewaard.238

In andere gevallen kan het enkele bestaan van wetten en gebruiken die een systeem voor het toepassen van geheim onderzoek naar communicatie een bedreiging met onderzoek inhouden voor iedereen op wie de wetgeving kan worden toegepast.239

Er moet worden verzekerd dat de heimelijkheid van zulke maatregelen er niet toe leidt dat de maatregelen onaantastbaar worden. Als er geen mogelijkheid is om de beweerdelijke toepassing van geheim aan te vechten, kunnen breed gedeeld wantrouwen en zorgen in de samenleving, dat geheime onderzoeksbevoegdheden misbruikt worden, niet onterecht gevonden worden.240

Een verzoeker kan stellen slachtoffer te zijn van geheime onderzoeksmiddelen of wetgeving die geheime onderzoeksmiddelen toestaat, als de volgende omstandigheden van toepassing zijn. Ten eerste de reikwijdte van de wetgeving die geheim onderzoek toestaat, waardoor hij of zij tot een doelgroep behoort, of omdat de wetgeving alle gebruikers rechtstreeks raakt. Ten tweede de beschikbaarheid van juridische middelen op nationaal niveau. Er kan gesteld worden dat de dreiging van onderzoek op zich vrije communicatie beperkt.241

“In overeensteming met de wet” vereist dat de betwiste maatregel zowel enige basis in nationale wetgeving heeft als dat hij verenigbaar is met de rechtstaat. De wet moet dus voldoen aan kwaliteitseisen: hij moet toegankelijk zijn en zijn gevolgen moeten voorzienbaar zijn.242 Voorzienbaarheid kan in de bijzondere context van geheime onderzoeksbevoegdheden niet betekenen dat een individu in staat moet zijn te voorzien wanneer de autoriteiten geneigd zijn zijn communicatie te onderscheppen, zodat hij zijn gedrag daaraan kan aanpassen. De gevaren van willekeur zijn evident. Daarom is het onmisbaar om duidelijke nauwkeurige regels te hebben, zeker omdat de beschikbare technologie steeds geavanceerder wordt. De nationale wetgeving moet voldoende duidelijk zijn om burgers een adequate inschatting te geven over de omstandigheden waarin en de voorwaarden waarbij de autoriteiten bevoegd zijn enige van zulke bevoegdheden te gebruiken.243

Aangezien de inzet van geheime onderzoeksmiddelen niet onderworpen zijn aan toezicht door de betrokkenen of het brede publiek is het tegengesteld aan het rechtssysteem als de beoordelingsvrijheid van de uitvoerende macht of van een rechter is verwoord in termen van een onbegrensde macht. Derhalve moet de wet de omvang van en de manier van toepassing van elk zulke bevoegdheid met voldoende helderheid aangeven.244

Het EHRM heeft de volgende minimum waarborgen ontwikkeld die in de wet moeten worden vastgelegd:

  1. de aard van de strafbare feiten die aanleiding kunnen zijn voor een onderscheppingsbevel;
  2. een omschrijving van de groepen mensen wiens telefoons getapt kunnen worden;
  3. een tijdsbegrenzing van telefoon tappen;
  4. de procedure die gevolgd wordt bij het onderzoeken gebruiken en bewaren van de verkregen gegevens;
  5. de voorzorgen die worden genomen indien de gegevens worden gedeeld met derden;
  6. de omstandigheden waarin opnames kunnen of moeten worden gewist of vernietigd; 245

Het risico bestaat dat een systeem van geheim onderzoek om de nationale veiligheid te beschermen de democratie kan ondermijnen, of zelfs vernietigen in een poging die te beschermen.246 Aangezien de betrokkene onmogelijk zelf een (rechts)middel kan aanwenden is het onontbeerlijk dat de opgezette procedures zelf doeltreffende en gelijkwaardige waarborgen bieden die zijn of haar rechten beschermen. Op een gebied waar misbruik in individuele gevallen in potentie zo makkelijk is en waar het zulke schadelijke gevolgen kan hebben voor de democratische samenleving als geheel, is het in beginsel wenselijk om het toezicht aan een rechter toe te vertrouwen.247 Toezicht moet tevens waarborgen dat geheime onderzoeksmaatregelen alleen worden ingezet als zij “noodzakelijk zijn in een democratische samenleving”, in het bijzonder door doeltreffende en effectieve waarborgen te bieden tegen misbruik.248

De voorwaarde van voorzienbaarheid vereist niet dat staten uitputtend bij naam vastleggen welke specifieke strafbare feiten aanleiding kunnen zijn voor onderschepping.249 Bij zaken die grondrechten raken is het in strijd met het rechtssysteem als een bevoegdheid op het vlak van nationale veiligheid is uitgedrukt in termen van onbegrensde macht.250 Voorafgaande juridische toestemming vormt een belangrijke waarborg tegen willekeur.251 Het geautomatiseerd opslaan van evident irrelevante gegevens gedurende zes maanden kan niet rechtvaardig geacht worden.252

Het verzuimen relevante gegevens aan de rechtbanken te verschaffen ontneemt hen van de mogelijkheid om na te gaan of er genoeg gronden zijn om toe een verdenking te komen.253 Het is in beginsel wenselijk om toezicht aan een rechter toe te vertrouwen. Toezicht door niet-gerechtelijke instellingen kan in overeenstemming met het EVRM geacht worden, mits het toezichthoudende orgaan onafhankelijk is en is toegerust met vodoende bevoegdheden.254 Instanties die bestaan uit parllementsleden van zowel de coalitie als de oppositie, of uit mensen die gekwalificeerd zijn om als rechter te werken, die aangesteld zijn door het parlement of de minister president, zijn voldoende onafhankelijk. Een minister van binnenlandse zaken – die direct betrokken is bij het afgeven van machtigingen voor bijzondere onderzoeksmiddelen – in niet onafhankelijk genoeg. Een procureur generaal en andere bevoegde leden van het openbaar ministerie zijn ook niet onafhankelijk genoeg.255 Het mengen van functie, waarbij dezelfde instantie goedkeuring geeft aan verzoeken tot onderschepping en daarna toezicht houdt op hun uitvoering, kan ook aanleiding zijn voor twijfels over de onafhankelijkheid van het openbaar ministerie.256

Kennisgeving aan elk individu die geraakt is door een beëindigde maatregel kan allicht het langetermijndoel dat oorspronkelijk aanleiding was voor het onderzoek in gevaar brengen. Kennisgeving kan ertoe leiden dat de werkmethodes en de interessegebieden en mogeijk zelfs de identiteit van agenten van inlichtingendiensten onthullen. Derhalve kan, het feit dat betrokkenen bij geheim onderzoek niet in kennis worden gesteld als het onderzoek beëindigd is, niet op zichzelf de conclusie dragen dat de inbreuk niet “noodzakelijk in een democratische samenleving” was. Zodra kennisgeving kan worden verricht zonder het doel van de beperking in gevaar te brengen, moet er informatie worden verstrekt aan betrokkenen.257

EHRM 12 januari 2016, Szabo en Vissy t. Hongarije

Szabo en Vissy zijn medewerkers van een NGO die de overheid in de gaten houdt en er kritiek op uit.258

Onder bepaalde omstandigheden kan een individu stellen slachtoffer te zijn door het enkele bestaan van wetgeving die geheim onderzoek toestaat, zelfs als hij niet op enige concrete maatregelen kan wijzen die hem in het bijzonder raken.259 Om te beoordelen of iemand een inbreuk kan stellen, als gevolg van het enkele bestaan van wetgeving die geheim onderzoek toestaat, moet het EHRM rekening houden met de beschikbaarheid van (rechts)middelen op nationaal niveau en de kans dat geheime onderzoeksmiddelen op hem toegepast worden.260

Uit het enkele bestaan van de wetgeving volgt, voor al hen op wie de wetgeving kan worden toegepast, de bedreiging van onderzoek. Gezien de technologische vooruitgang sinds de zaak van Klass en anderen %% vergen de mogelijke inbreuken op email, mobiele telefonie en internetdiensten net zoals die van grootschalig onderzoek de aandacht van het EVRM des te sterker.261 Bevoegdheden tot geheim onderzoek naar burgers, eigenschappen van de politiestaat, zijn volgens het EVRM alleen dan toegestaan als zijn strikt noodzakelijk zijn.262

De volgende minimum waarborgen moeten in de wet worden vastgelegd:

  1. de aard van de strafbare feiten die aanleiding kunnen zijn voor een onderscheppingsbevel;
  2. een omschrijving van de groepen mensen wiens telefoons getapt kunnen worden;
  3. een tijdsbegrenzing van telefoon tappen;
  4. de procedure die gevolgd wordt bij het onderzoeken gebruiken en bewaren van de verkregen gegevens;
  5. de voorzorgen die worden genomen indien de gegevens worden gedeeld met derden;
  6. de omstandigheden waarin opnames kunnen of moeten worden gewist of vernietigd; 263

Geheim onderzoek om de nationale veiligheid te beschermen kan de democratie ondermijnen of zelfs vernietigen in een poging hem te verdedigen.264

De kwaliteit van de wet houdt in dat de nationale wet niet alleen toegankelijk en voorzienbaar moet zijn, maar ook dat geheime onderzoeksmiddelen alleen worden toegepast als zij “noodzakelijk in een democratische samenleving” zijn. In het bijzonder door adequate en effectieve waarborgen tegen misbruik te bieden.265

Voorzienbaarheid kan in de bijzondere context van geheime onderzoeksbevoegdheden niet betekenen dat een individu in staat moet zijn te voorzien wanneer de autoriteiten geneigd zijn zijn communicatie te onderscheppen, zodat hij zijn gedrag daaraan kan aanpassen. De gevaren van willekeur zijn evident. Daarom is het onmisbaar om duidelijke nauwkeurige regels te hebben, zeker omdat de beschikbare technologie steeds geavanceerder wordt.266 Voorzienbaarheid gaat niet zo ver dat staten verplicht zijn uitputtend bij naam vast te leggen welke specifieke strafbare feiten aanleiding kunnen zijn voor onderschepping.267

Het in strijd met het rechtssysteem als een beoordelingsvrijheid op het vlak van nationale veiligheid is uitgedrukt in termen van onbegrensde macht. De wet moet de omvang die elke zulke beoordelingsvrijheid aan de bevoegde instanties toekent en de manier van uitvoering duidelijk genoeg vastleggen.268

Het is een onlosmakelijk gevolg van de manieren van hedendaags terrorisme dat overheden gebruik maken van de allernieuwste technologieën, waaronder het grootschalig in de gaten houden van communicatie. Het EHRM moet, de vraag of ontwikkeling van onderzoeksmiddelen die resulteren in grote hoeveelheden verzamelde gegevens vergezeld is van gelijktijdige ontwikkeling van juridische waarborgen die het respect voor de rechten van burgers volgens het EVRM veiligstellen, nauwkeurig beoordelen. Het zou het doel van de overheidsinspanningen, om openbare veiligheid te behouden, te niet doen, als de terroristische dreiging wordt vervangen door een ervaren dreiging van ongebreidelde uitvoerende macht.269 De mogelijkheid om een nauwkeurig profiel te krijgen van de meest intieme delen van de levens van burgers kan leiden tot bijzonder ingrijpende inbreuken in de persoonlijke levenssfeer.270

Gegeven het bijzondere karakter van de inbreuken en de mogelijkheden van de nieuwste onderzoekstechnieken. Het EHRM acht dat het vereiste van “noodzakelijk in een democratische samenleving” in deze context geïnterpreteerd moet worden als “strikt noodzakelijk” op twee vlakken. Het moet strikt noodzakelijk zijn om de democratische instituties te beschermen en om essentiële inlichtingen te krijgen in een specifieke zaak.271 Het EHRM kent het argument van de overheid dat een minister beter geplaatst is dan een rechter om maatregelen van geheim onderzoek toe te staan en er toezicht op te houden. Het EHRM is hier zeker niet van overtuigd als dit gaat over een beoordeling van strikte noodzakelijkheid.272

Het politieke karakter van de toestemming en het toezicht vergroot het risico van misbruik van bevoegdheden. Een rechter met bijzondere expertise moet de regel zijn en alternatieve oplossingen de uitzondering die nauwkeurig toezicht vragen. Toestemming op voorhand van een dergelijke maatregel is geen absoluut vereiste, aangezien de tekortkomingen van toestemming gecompenseerd kunnen worden door uitgebreid juridisch toezicht achteraf.273

In de context van het delen van gegevens verkregen door geheim onderzoek, krijgt extern, bij voorkeur juridisch, toezicht achteraf van de geheime onderzoeksactiviteiten, zowel in individuele gevallen als algemeen toezicht, zijn werkelijke belang. Het belang van dit toezicht kan niet overschat worden gezien de omvang van de verzameling van gegevens die kan worden verkregen door de overheid die zeer efficiënte middelen kan toepassen en grote hoeveelheden gegevens kan verwerken.274

Het EHRM moet accepteren dat het bestaan van enige wetgeving die bevoegdheden van geheim onderzoek naar email, post en telecommunicatie onder bijzondere bevoegdheden noodzakelijk is.275 Bevoegdheden moeten echter onderworpen worden aan toezicht achteraf. Dit is als een regel noodzakelijk in zaken waar het onderzoek vooraf is toegestaan door een niet-juridische instantie.276


  1. Paragraaf 10 [return]
  2. Paragraaf 41 [return]
  3. Paragraaf 48 [return]
  4. Paragraaf 49 [return]
  5. Paragraaf 55 [return]
  6. Paragraaf 56 [return]
  7. Paragraaf 58 [return]
  8. Paragraaf 64 [return]
  9. Paragraaf 67 [return]
  10. Paragraaf 9 [return]
  11. Paragraaf 88 [return]
  12. Paragraaf 64 [return]
  13. Paragraaf 67 [return]
  14. Paragraaf 68 [return]
  15. Paragraaf 79 [return]
  16. Paragraaf 84 [return]
  17. Paragraaf 10 [return]
  18. Paragraaf 17 [return]
  19. Paragraaf 51 [return]
  20. Paragraaf 60 [return]
  21. Paragraaf 81 [return]
  22. Paragraaf 82 [return]
  23. Paragraaf 83 [return]
  24. Paragraaf 84 [return]
  25. Paragraaf 10 [return]
  26. Paragraaf 76 [return]
  27. Paragraaf 9 [return]
  28. Paragraaf 11 [return]
  29. Paragraaf 51 [return]
  30. Paragraaf 55 [return]
  31. Paragraaf 56 [return]
  32. Paragraaf 57 [return]
  33. Paragraaf 9 [return]
  34. Paragraaf 10 [return]
  35. Paragraaf 17 [return]
  36. Paragraaf 49 [return]
  37. Paragraaf 8 [return]
  38. Paragraaf 10 [return]
  39. Paragraaf 11 [return]
  40. Paragraaf 55 [return]
  41. Paragraaf 72 [return]
  42. Paragraaf 74 [return]
  43. Paragraaf 8 [return]
  44. Paragraaf 9 [return]
  45. Paragraaf 50 [return]
  46. Paragraaf 56 [return]
  47. Paragraaf 58 [return]
  48. Paragraaf 62 [return]
  49. Paragraaf 69 [return]
  50. Paragraaf 72 [return]
  51. Paragraaf 78 en 79 [return]
  52. Paragraaf 7 [return]
  53. Paragraaf 12 [return]
  54. Paragraaf 14 [return]
  55. Paragraaf 35 [return]
  56. Paragraaf 43 [return]
  57. Paragraaf 47 [return]
  58. Paragraaf 52 [return]
  59. Paragraaf 59 [return]
  60. Paragraaf 61 [return]
  61. Paragraaf 67 [return]
  62. Paragraaf 69 [return]
  63. Paragraaf 8 [return]
  64. Paragraaf 14 [return]
  65. Paragraaf 16 [return]
  66. Paragraaf 38 [return]
  67. Paragraaf 47 [return]
  68. Paragraaf 56 [return]
  69. Paragraaf 57 [return]
  70. Paragraaf 60 [return]
  71. Paragraaf 62 [return]
  72. Paragraaf 67 [return]
  73. Paragraaf 68 [return]
  74. Paragraaf 80 [return]
  75. Paragraaf 9 [return]
  76. Paragraaf 10 [return]
  77. Paragraaf 19 [return]
  78. Paragraaf 10 [return]
  79. Paragraaf 13 [return]
  80. Paragraaf 59 [return]
  81. Paragraaf 66 [return]
  82. Paragraaf 85 [return]
  83. Paragraaf 102 [return]
  84. Paragraaf 109 [return]
  85. Paragraaf 9 [return]
  86. Paragraaf 10 [return]
  87. Paragraaf 11 [return]
  88. Paragraaf 15 [return]
  89. Paragraaf 19 [return]
  90. Paragraaf 23 [return]
  91. Paragraaf 25 [return]
  92. Paragraaf 28 [return]
  93. Paragraaf 33 [return]
  94. Paragraaf 35 [return]
  95. Paragraaf 72 [return]
  96. Paragraaf 76 [return]
  97. Paragraaf 88 [return]
  98. Paragraaf 117 [return]
  99. Paragraaf 121 [return]
  100. Paragraaf 5 [return]
  101. Paragraaf 6 [return]
  102. Paragraaf 77 [return]
  103. Paragraaf 78 [return]
  104. Paragraaf 79 [return]
  105. Paragraaf 93 [return]
  106. Paragraaf 94 [return]
  107. Paragraaf 95 [return]
  108. Paragraaf 96 [return]
  109. Paragraaf 125 [return]
  110. Paragraaf 143 [return]
  111. Paragraaf 7 [return]
  112. Paragraaf 9 [return]
  113. Paragraaf 10 [return]
  114. Paragraaf 41 [return]
  115. Paragraaf 43 [return]
  116. Paragraaf 44 [return]
  117. Paragraaf 5 [return]
  118. Paragraaf 57 [return]
  119. Paragraaf 63 [return]
  120. Paragraaf 64 [return]
  121. Paragraaf 67 [return]
  122. Paragraaf 10 [return]
  123. Paragraaf 11 [return]
  124. Paragraaf 12 [return]
  125. Paragraaf 66 [return]
  126. Paragraaf 67 [return]
  127. Paragraaf 71 [return]
  128. Paragraaf 96 [return]
  129. Paragraaf 99 [return]
  130. Paragraaf 103 [return]
  131. Paragraaf 112 [return]
  132. Paragraaf 121 [return]
  133. Paragraaf 122 [return]
  134. Paragraaf 6 [return]
  135. Paragraaf 124 [return]
  136. Paragraaf 152 [return]
  137. Paragraaf 153 [return]
  138. Paragraaf 159 [return]
  139. Paragraaf 166 [return]
  140. Paragraaf 167 [return]
  141. Paragraaf 184 [return]
  142. Paragraaf 6 [return]
  143. Paragraaf 7 [return]
  144. Paragraaf 11 [return]
  145. Paragraaf 12 [return]
  146. Paragraaf 38 [return]
  147. Paragraaf 44 [return]
  148. Paragraaf 46 [return]
  149. Paragraaf 52 [return]
  150. Paragraaf 62 [return]
  151. Paragraaf 80 [return]
  152. Paragraaf 7 [return]
  153. Paragraaf 47 [return]
  154. Paragraaf 57 [return]
  155. Paragraaf 59 [return]
  156. Paragraaf 9 [return]
  157. Paragraaf 87 [return]
  158. Paragraaf 139 [return]
  159. Paragraaf 168 [return]
  160. Paragraaf 6 [return]
  161. Paragraaf 7 [return]
  162. Paragraaf 18 [return]
  163. Paragraaf 39 [return]
  164. Paragraaf 52 [return]
  165. Paragraaf 6 [return]
  166. Paragraaf 11 [return]
  167. Paragraaf 12 [return]
  168. Paragraaf 16 [return]
  169. Paragraaf 18 [return]
  170. Paragraaf 19 [return]
  171. Paragraaf 138 [return]
  172. Paragraaf 189 [return]
  173. Paragraaf 193 [return]
  174. Paragraaf 194 [return]
  175. Paragraaf 199 [return]
  176. Paragraaf 200 [return]
  177. Paragraaf 205 [return]
  178. Paragraaf 16 [return]
  179. Paragraaf 20 [return]
  180. Paragraaf 86 [return]
  181. Paragraaf 90 [return]
  182. Paragraaf 96 [return]
  183. Paragraaf 98 [return]
  184. Paragraaf 101 [return]
  185. Paragraaf 125 [return]
  186. Paragraaf 126 [return]
  187. Paragraaf 127 [return]
  188. Paragraaf 128 [return]
  189. Paragraaf 17 [return]
  190. Paragraaf 18 [return]
  191. Paragraaf 21 [return]
  192. Paragraaf 23 [return]
  193. Paragraaf 24 [return]
  194. Paragraaf 40 [return]
  195. Paragraaf 143 [return]
  196. Paragraaf 147 [return]
  197. Paragraaf 191 [return]
  198. Paragraaf 203 [return]
  199. Paragraaf 232 [return]
  200. Paragraaf 15 [return]
  201. Paragraaf 19 [return]
  202. Paragraaf 79 [return]
  203. Paragraaf 93 [return]
  204. Paragraaf 95 [return]
  205. Paragraaf 17 [return]
  206. Paragraaf 28 [return]
  207. Paragraaf 32 [return]
  208. Paragraaf 33 [return]
  209. Paragraaf 43 [return]
  210. Paragraaf 54 [return]
  211. Paragraaf 55 [return]
  212. Paragraaf 57 [return]
  213. Paragraaf 58 [return]
  214. Paragraaf 60 [return]
  215. Paragraaf 65 [return]
  216. Paragraaf 14 [return]
  217. Paragraaf 28 [return]
  218. Paragraaf 37 [return]
  219. Paragraaf 69 [return]
  220. Paragraaf 72 [return]
  221. Paragraaf 93 [return]
  222. Paragraaf 2.7 [return]
  223. Paragraaf 2.8 [return]
  224. Paragraaf 2.9 [return]
  225. Paragraaf 4.2 [return]
  226. Paragraaf 4.3 [return]
  227. Paragraaf 4.5 [return]
  228. Paragraaf 28 [return]
  229. Paragraaf 49 [return]
  230. Paragraaf 73 [return]
  231. Paragraaf 91 [return]
  232. Paragraaf 92 [return]
  233. Paragraaf 94 [return]
  234. Paragraaf 95 [return]
  235. Paragraaf 8 [return]
  236. Paragraaf 10 [return]
  237. Paragraaf 165 [return]
  238. Paragraaf 167 [return]
  239. Paragraaf 168 [return]
  240. Paragraaf 169 [return]
  241. Paragraaf 171 [return]
  242. Paragraaf 228 [return]
  243. Paragraaf 229 [return]
  244. Paragraaf 230 [return]
  245. Paragraaf 231 [return]
  246. Paragraaf 232 [return]
  247. Paragraaf 233 [return]
  248. Paragraaf 236 [return]
  249. Paragraaf 244 [return]
  250. Paragraaf 247 [return]
  251. Paragraaf 249 [return]
  252. Paragraaf 255 [return]
  253. Paragraaf 261 [return]
  254. Paragraaf 275 [return]
  255. Paragraaf 278 [return]
  256. Paragraaf 280 [return]
  257. Paragraaf 287 [return]
  258. Paragraaf 7 [return]
  259. Paragraaf 33 [return]
  260. Paragraaf 36 [return]
  261. Paragraaf 53 [return]
  262. Paragraaf 54 [return]
  263. Paragraaf 56 [return]
  264. Paragraaf 57 [return]
  265. Paragraaf 59 [return]
  266. Paragraaf 62 [return]
  267. Paragraaf 64 [return]
  268. Paragraaf 65 [return]
  269. Paragraaf 68 [return]
  270. Paragraaf 70 [return]
  271. Paragraaf 73 [return]
  272. Paragraaf 76 [return]
  273. Paragraaf 77 [return]
  274. Paragraaf 79 [return]
  275. Paragraaf 80 [return]
  276. Paragraaf 81 [return]