Blog

Onze experts schrijven elke week nieuwe artikelen over de WIV

Inlichtingendiensten in het alledaagse leven

14 februari 2018 -

Het doel van inlichtingendiensten is de veiligheid van de staat beschermen. De meeste mensen zijn geen spion of terrorist, maar ook andere mensen worden soms door inlichtingendiensten in de gaten gehouden. Zo hebben een timmerman van een museum, een journaliste over wie de inlichtingendiensten geruchten verspreiden en een verkoper van een epileerapparaat tot aan het Europees Hof geprocedeerd. Zij merkten allemaal dat zij in de gaten waren gehouden door de inlichtingendienst.

De verhalen zijn niet gekozen vanwege vergelijkingen met bevoegdheden in de WIV. Ze zijn gekozen omdat het waargebeurde verhalen zijn die laten zien hoe gewone mensen zonder bijbedoelingen iets heel normaals doen en vervolgens te maken krijgen met inlichtingendiensten. In al deze gevallen oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de inlichtingendiensten te ver gingen. Bij elk voorbeeld zit een link naar de uitspraak van het EHRM1.

Timmerman

Torsten Leander was na zijn militaire dienst gaan werken als timmerman. Hij reageert op een vacature voor onderhoudstechnicus in het scheepvaartmuseum en wordt aangenomen. Hij zegt zijn baan op en verhuist met zijn gezin meer dan 600 kilometer. Na 14 dagen op zijn nieuwe werk krijgt hij opeens te horen dat de veiligheidschef van de marinebasis naast het scheepvaartmuseum hem niet vertrouwd en dat hij zijn baan kwijt is. Het enige strafbare feit dat hij ooit had gepleegd was te laat komen op een militaire parade. Torsten moet vervolgens maar raden wat er aan de hand is. Was het omdat hij ooit lid was geweest van de communistische partij? Lag het aan zijn abonnement op het tijdschrift Fib/Kulturfront? Waren zijn vakanties in Oost-Europa verdacht? Of was het omdat hij actief vakbondslid was geweest tijdens zijn dienstplicht 7 jaar eerder? Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geeft Leander gelijk dat de bevoegdheden van de inlichtingendiensten onvoldoende afgebakend waren en dat de klachtenprocedure geen oplossing was omdat er geen bindende uitspraken konden worden gegeven door de Ombudsman.

Journaliste

Ingrid Segerstedt Wiberg is een bekende Zweedse journaliste en politica. Eind jaren ‘90 ontdekt zij dat de Amerikaanse inlichtingendienst al sinds de 2e wereldoorlog een dossier over haar bijhoudt. Dit zou met name zijn op basis van gegevens van de Zweedse inlichtingendienst. De inlichtingendiensten zouden geruchten verspreiden dat zij beïnvloed wordt door de Russen. Zij vraagt haar dossier op. Uiteindelijk krijgt zij 17 pagina’s van haar dossier te zien met processen verbaal van de politie, foto’s en krantenartikeen over hoe Segerstedt Wiberg ooit een bombrief ontving. Het is duidelijk dat er meer is. Gedurende vele rechtszaken wordt duidelijk dat haar dossier is begonnen in 1940, vanwege haar positie in de 2e wereldoorlog. Haar dossier is daarna doorlopend bijgehouden tot 1976, ook in de periode van 1958-1970 toen zij parlementslid was. Vervolgens is er vanwege de bombrief in 1990 een nieuw dossier over haar geopend. De Zweedse inlichtingendienst beweert dat het oude dossier niet meer geraadpleegd kan worden en dat er daarom geen inzage in dat dossier gegeven kan worden. In werkelijkheid is dat dossier nog altijd in het archief aanwezig en kan het met een klein beetje moeite we degelijk geraadpleegd worden. Segerstedt Wiberg krijgt gelijk van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook voor publieke persoonlijkheden is er een recht op privacy. Ze krijgt een schadevergoeding van € 3.000.

Epileerapparaat

Hermann Amann importeert epileerapparaten die hij via tijdschriftadvertenties verkoopt. In 1981 wordt hij gebeld door een vrouw die een epileerapparaat bij hem wil kopen. Negen jaar later krijgt Amann gedeeltelijke inzage in zijn dossier bij de inlichtingendienst, maar belangrijke stukken zijn zwart gemaakt. Het is wel duidelijk dat de koper van het epileerapparaat een medewerkster was van de Russische ambassade. Amann schrikt dat hij bij de inlichtingendienst geregistreerd staat als zakenpartner van de Russische ambassade. In zijn pogingen om dit ongedaan te krijgen stuit hij op muren van geheimzinnigheid. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vindt de wet zo algemeen geformuleerd dat er eigenlijk geen sprake is van een “wettelijke bevoegdheid. Hermann Amann krijgt gelijk van het EHRM en de publiciteit van het winnen van de rechtszaak maakt de reputatieschade van Amann goed.

Conclusie

Inlichtingendiensten zijn nooit bedoeld voor dit soort gevallen. Daarom moet er bij elke bevoegdheid en werkwijze van diensten voor worden gezorgd dat de kans dat het een impact heeft op gewone mensen zo klein mogelijk is. Er zal altijd een risico zijn op dit soort gevallen. Dat er altijd een risico is van dit soort situaties zorgt ook dat het een wet is die iedereen wat aangaat. Niet alleen spionnen en terroristen, maar ook gewone mensen kunnen te maken krijgen met de WIV2017.


  1. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens [return]