Blog

Onze experts schrijven elke week nieuwe artikelen over de WIV

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over inlichtingendiensten

9 maart 2018 -

Er zijn vele rechtszaken gevoerd over het werk van inlichtingendiensten. Met name het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft tal van interessante uitspraken gedaan over inlichtingendiensten en mensenrechten. Dit artikel zal alleen ingaan op de belangrijkste aspecten uit de uitspraken van het EHRM.

Hier staat een volledigere samenvatting van de belangrijkste jurisprudentie

In de uitspraken blijkt dat de angst voor terrorisme van alle tijden is. Zo wordt er al in 1978 gesproken van steeds verfijndere vormen van terrorisme.1 Ook zijn de zorgen over het gebruik van verkeersgegeven, of metadata bepaald niet nieuw. In 1984 oordeelt het EHRM al dat metadata privacygevoelig zijn.2 De gevaren en uitdagingen op het vlak van mensenrechten van de WIV 2017 zijn dus niet nieuw, of anders dan dat zij de afgelopen decennia waren. Wat wel geleidelijk door de jaren verandert zijn de technische mogelijkheden voor spionage, terrorisme en contraspionage.

Het EHRM stelt vast dat het enkele bestaan van bevoegdheden tot geheim onderzoek een dreiging vormt voor iedereen waarop ze kunnen worden toegepast.3 Deze dreiging hoeft niet altijd rationeel te onderbouwen zijn.4 Door deze dreiging kunnen mensen zich minder vrij voelen te communiceren.5

Het feit dat bevoegdheden in het geheim uitgevoerd worden onttrekt ze aan publiek toezicht. Hierdoor is misbruik van deze bevoegdheden makkelijker dan van gewone bevoegdheden. Daarom is er een des te grotere noodzaak voor waarborgen tegen misbruik.6 Zeker als er sprake is van geautomatiseerde gegevensverwerking.7

Een andere belangrijke zorg van het EHRM is dat bevoegdheden van inlichtingendiensten om de staatsveiligheid te beschermen hun doel voorbij schieten. Deze bevoegdheden hebben het doel de democratie te beschermen, maar vormen door hun (geheime) karakter ook een gevaar voor de democratie. Hoewel er in de afgelopen 59 jaar dat het EHRM bestaat geen uitspraken zijn waar dit werkelijk gebeurd is, acht het EHRM het goed denkbaar dat inlichtingendiensten de democratie vernietigen in een poging om, of onder het voorwendsel van de democratie te beschermen.8

In twee recente uitspraken9 heeft het EHRM duidelijk bepaald dat wetgeving over inlichtingendiensten ten minste de volgende 6 zaken moet vastleggen:

  1. de aard van de strafbare feiten die aanleiding kunnen zijn voor een onderscheppingsbevel;
  2. een omschrijving van de groepen mensen wiens telefoons getapt kunnen worden;
  3. een tijdsbegrenzing van telefoon tappen;
  4. de procedure die gevolgd wordt bij het onderzoeken gebruiken en bewaren van de verkregen gegevens;
  5. de voorzorgen die worden genomen indien de gegevens worden gedeeld met derden;
  6. de omstandigheden waarin opnames kunnen of moeten worden gewist of vernietigd;

Bij het lezen van de WIV 2017 en de toelichting erop is het merkbaar dat de schrijvers bekend zijn met de uitspraken van het EHRM. Of ze die uitspraken ook voldoende verwerkt hebben in de wet is een groot discussiepunt. De waarborgen die het EHRM voorschrijft gelden ook als zij niet in de wet staan. Het probleem is dat als zij niet in de wet staan niemand weet hoe het precies geregeld wordt.

Er worden regematig rechtszaken gevoerd waarin de centrale vraag is of de tekortkomingen van de wet voldoende opgevangen worden door voorzichtigheid of waarborgen buiten de wet om bij de uitvoering. Bij de inbreuk op de bronbescherming van de Telegraaf10 is er een rechtszaak gevoerd tot aan het EHRM, dat duurt meestal 5 tot 10 jaar. De rechtszaak over de inbreuk op vertrouwelijke communicatie tussen advocaten en cliƫnten11 hoefde slechts tot aan het Hof in Den Haag gevoerd te worden, wat meestal ongeveer 2 jaar duurt. Er hoefde toen niet verder geprocedeerd te worden omdat ook lagere rechters de eisen van het EHRM kunnen toepassen en beide partijen de uitspraak van het Hof duidelijk en goed genoeg vonden.

Enkele organisaties die het niet eens zijn met de WIV 2017 hebben al aangekondigd een rechtszaak te starten als hij in de huidige vorm in werking treed. Dan is het afwachten hoe lang het gaat duren voordat duidelijk is of de WIV 2017 volgens het EHRM goed genoeg is.

De top 5 van de uitspraken die het meest waardevol zijn om te lezen in het kader van het debat over de WIV 2017 zijn de volgende:

  1. EHRM 4 december 2015, Roman Zakharov t. Rusland
  2. HvJEU 8 april 2014 (ECLI:EU:C:2014:238) in gevoegde zaken (Digital Rights Ireland tegen leriand) en (Seitlinger, Tschohl e.a. t. Kartner Landesregierung)
  3. EHRM 6 september 1978, Klass e.a. t. Duitsland
  4. EHRM 29 juni 2006, Weber en Saravia t. Duitsland
  5. EHRM 12 januari 2016, Szabo en Vissy t. Hongarije

Alle andere uitspraken die hier zijn samengevat zij ook relevant, maar mogelijk iets teveel leeswerk.


  1. [EHRM 6 september 1978, Klass e.a. t. Duitsland] paragraaf 48 [return]
  2. [EHRM 2 augustus 1984, Malone t. Verenigd Koninkrijk] paragraaf 84 [return]
  3. [EHRM 6 september 1978, Klass e.a. t. Duitsland] paragraaf 41, [EHRM 29 juni 2006, Weber en Saravia t. Duitsland] paragraaf 78, [EHRM 4 december 2015, Roman Zakharov t. Rusland] paragraaf 168, [EHRM 12 januari 2016, Szabo en Vissy t. Hongarije] paragraaf 53 [return]
  4. [EHRM 4 december 2015, Roman Zakharov t. Rusland] paragraaf 169 [return]
  5. [EHRM 4 december 2015, Roman Zakharov t. Rusland] paragraaf 171 [return]
  6. [EHRM 6 september 1978, Klass e.a. t. Duitsland] paragraaf 56, [EHRM 26 maart 1987, Leander t. Zweden] paragraaf 60, [EHRM 25 juni 1997, Halford t Verenigd Koninkrijk] paragraaf 49, [EHRM 29 juni 2006, Weber en Saravia t. Duitsland] paragraaf 95, [EHRM 18 mei 2010, Kennedy t. Verenigd Koninkrijk] paragraaf 124 en 153, [EHRM 22 november 2012, Telegraaf t. Nederland] paragraaf 98, [EHRM 4 december 2015, Roman Zakharov t. Rusland] paragraaf 233 [return]
  7. [HvJEU 8 april 2014 (ECLI:EU:C:2014:238) in gevoegde zaken (Digital Rights Ireland tegen leriand) en (Seitlinger, Tschohl e.a. t. Kartner Landesregierung)] paragraaf 54 en 55, [HvJEU 6 oktober 2015, Maximillian Schrems t. Data Protection Commissioner] paragraaf 91, [return]
  8. [EHRM 6 september 1978, Klass e.a. t. Duitsland] paragraaf 49, [EHRM 26 maart 1987, Leander t. Zweden] paragraaf 60, [EHRM 4 december 2015, Roman Zakharov t. Rusland] paragraaf 232, [EHRM 12 januari 2016, Szabo en Vissy t. Hongarije] paragraaf 57, [EHRM 29 juni 2006, Weber en Saravia t. Duitsland] paragraaf 96 [return]
  9. [EHRM 4 december 2015, Roman Zakharov t. Rusland] paragraaf 231 en [EHRM 12 januari 2016, Szabo en Vissy t. Hongarije] paragraaf 56 [return]
  10. [EHRM 22 november 2012, Telegraaf t. Nederland] [return]
  11. [Hof Den Haag, 27 oktober 2015, tappen advocaat] [return]